Het laatste nieuws:
5-05-2026

Leestijd: 5 min

Voortzetting huur na overlijden en artikel 54c Woningwet

In de woningcorporatiepraktijk komen regelmatig procedures voor tot voortzetting huur na overlijden van een huurder. Deze procedures worden ingezet door bij de huurder inwonende inwoners: partners, familieleden of andere huisgenoten. Een inwoner van de overleden huurder die geen medehuurder is, kan de huur niet “automatisch” voortzetten. De huur kan alleen voortgezet worden, zie artikel 7:268 lid 2 BW ,als er sprake is van hoofdverblijf, en aangetoond wordt dat de inwoner een duurzame gemeenschappelijke huishouding  met de overleden huurder heeft gevoerd.

Artikel 7:268 BW lid 1 en 2:

  1. Bij overlijden van de huurder zet de medehuurder de huur als huurder voort. Hij kan de huur binnen zes maanden na het overlijden bij exploot of aangetekende brief opzeggen met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de opzegging.
  2. De persoon die niet op grond van lid 1 huurder wordt, doch wel in de woonruimte zijn hoofdverblijf heeft en met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijk huishouding[lees: gemeenschappelijke huishouding] heeft gehad, zet de huur voort gedurende zes maanden na het overlijden van de huurder; de tweede zin van lid 1 is van toepassing. Hij zet de huur ook nadien voort, indien de rechter dit heeft bepaald op een daartoe strekkende binnen die termijn ingestelde vordering, en in elk zolang[lees: in elk geval zolang] op deze vordering niet onherroepelijk is beslist.

Een vordering tot voortzetting van de huur dient op grond van de wet dus binnen 6 maanden  ingediend te worden bij de kantonrechter. Veel huurders weten dit niet en hun vordering tot voortzetting huur strandt: te laat is te laat er wordt inhoudelijk verder niet gekeken naar het hoofdverblijf en het voeren van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.

Recent stelde in een zaak die ik behandelde een zoon van een overleden huurder zich bij zijn verzoek tot voortzetting van de huur op het standpunt dat de woningcorporatie hem actief op de hoogte had moeten stellen over zijn rechten en plichten. De zoon was van mening dat hij gewezen had moeten worden op het aantonen van zijn hoofdverblijf en het voeren van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. En met name het tijdig indienen van de vordering binnen de zes maanden termijn na het overlijden van de huurder.

De advocaat van de zoon verwees naar artikel 54c van de Woningwet dat sinds 1 juli 2024 geldt. Artikel 54c Woningwet is ingevoerd in het kader van de Wet Huurbescherming Weeskinderen. Deze wet is ingevoerd ten behoeve van huurbescherming van jongvolwassen kinderen wier beider ouders zijn overleden. Weeskinderen kunnen de huur voortzetten indien zij ouder zijn dan 16 en jonger dan 28 en met de ouders in de huurwoning gewoond hebben. Deze weeskinderen zetten de huur dus niet voort op grond van 7:268 BW. Partners, familieleden en andere huisgenoten van de overleden huurder mo0eten artikel 7:268 BW volgen.

Artikel 54c Woningwet legt in het kader van de Wet Huurbescherming Weeskinderen een actieve informatieplicht aan woningcorporaties op als een huurder is overleden, aan zoals de wet het cryptisch noemt, de andere bewoner die hoofdverblijf heeft in de woning en de huur niet voortzet op basis van artikel 7:268 BW. Dus de woningcorporatie moet deze andere bewoner, een weeskind,  maar gezien de gebruikte terminologie kan dat dus zo lijkt het ook, een partner, familielid of huisgenoot zijn. Dat actief informeren over de mogelijkheden voor deze “andere  bewoner” dient niet eerder dan twee weken en uiterlijk binnen één maand nadat het overlijden bij de woningcorporatie bekend is geworden, per aangetekende brief te gebeuren.

1. Indien na overlijden van de huurder van de woning van een toegelaten instelling geen persoon de huur krachtens artikel 268 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voortzet, informeert de toegelaten instelling de andere bewoner die zijn hoofdverblijf heeft bij de overleden huurder op het moment van diens overlijden, ten minste over zijn contractuele rechten en plichten.

2. De toegelaten instelling zendt de informatie, bedoeld in het eerste lid, bij aangetekende brief en niet eerder dan twee weken maar uiterlijk binnen een maand nadat het overlijden van de huurder ter kennis is gekomen van de toegelaten instelling.

Bij het overlijden van een huurder gebeurt het vaak dat een partner, familielid of andere huisgenoot die hoofdverblijf heeft in de woning zich alsnog beroept op voortzetting van de huur na overlijden, zoals dat ook gebeurde in de zaak met de zoon van de overleden die ik behandelde. De vordering tot voortzetting dient binnen zes maanden te worden ingediend. Als een woningcorporatie deze inwoner dan niet heeft gewezen op de rechten en plichten, en wordt het verzoek niet binnen de zes maanden termijn ingediend, dan zou een partner, familielid of andere huisgenoot kunnen stellen aanhakend bij artikel 54c Woningwet dat van toepassing is in het kader van de Wet huurbescherming Weeskinderen dat hij niet gewezen is op de zes maanden termijn. Een kantonrechter zou dan het niet indienen binnen de zes maanden termijn wel eens kunnen pardonneren met een verwijzing naar artikel 54c Woningwet. Daarmee is niet gezegd dat het verzoek om voortzetting van de huur wordt toegewezen omdat de verzoeker moet aantonen dat sprake is geweest van hoofdverblijf en een gevoerde duurzame gemeenschappelijke huishouding met de overleden huurder. Alleen het argument “te laat is te laat” gaat niet meer op. In de zaak ik behandelde speelde dit probleem niet omdat de inwoner zich binnen de zes maanden termijn beriep op voortzetting huur na overlijden.

Moraal van dit verhaal is dat een corporatie er gezien artikel 54c Woningwet toch verstandig aan doet informatie te verstrekken over rechten en plichten aan een inwoner (partner, familielid of andere huisgenoot) met hoofdverblijf in de woning van de overleden huurder. Recente rechtspraak m.b.t. artikel 54c Woningwet in samenhang met artikel 7:268 BW is er voor zover ik weet niet, maar dat zal een kwestie van tijd zijn.

Wilt u meer informatie neemt u dan contact met mij op, via [email protected]

 

 

 

Geschreven door:
Marten (M.J.) Jeths - Advocaat

De laatste berichten.

Contact

Tomlow Advocaten
Emmalaan 41
3581 HP Utrecht

(+31) (0)30 252 1802
[email protected]

Vul hier uw zoekopdracht in.